
Uit de 2e brief gedateerd 23.7.1840 van Siemen van der Wal aan een vriend.

Siemen Ennes van der Wal,geboren den 12 December 1789 te Nijega in It kanton Hindelopen,en mijn moeder Beitske Klazes Bloemsma geboren den 7 Augustus 1789 te Leeuwarden wierq.en door den Egt aan elkaar verbonden op den 23 mei 1811. Welks huwelijk na hunne voorgenomen gedachte vervroegt wierdt om de dienstbaarheid van het Fransche Juk,daar ons beminde Vaderland nog destijds was onder zuchtende,te ontwijken.Maar vonden zich al spoedig door misvatting hierin teleurgesteld,daar het zel ve, wanneer I t tot dat zel ve einde dienen zouden voor den eersten January des zel ven j aars, moest vol trokken zij n geweest, aan de loting voldoen moetende viel hem het zozeer gevreesde lot te beurt,welk tengevolge had,door allerlei pogingen aangewend te hebben,en mislukt te zien,dat hij Oktober deszelven jaars,van zijn vrienden en bekenden,van zijn betrekkingen en naast bestaanden en van zijn zwangere vrouw, moest afscheid nemen,met die hoogst waarsch~jnlijke gedagte, van elkanders aangezigten in dit land der levenden niet weder te aanschouwen.
In dezen toestand was het tevens mijne moeder aangenaam bij haar zorgdragende moeder,Aaltje Yges,die weduwe was,en bij haar enige zuster in te wonen : daar zij gezamenlijk hunne handen gebruikten,en ten diensten uitstrekten om de vereischte nooddruft te verkrijgen, en elkander met onderlinge hulp bijstonden,waarin mijn moeder de grootste behoefte had,om de armkas niet te bezwaren, daar zij anders regtmatige aanspraak op zou gehad hebben. In deze hunne droefheid werden zij verblijd,door de verlossing mijner moeder van een welgeschapen zoon,daar ik geboren ben te Woudsend den 21ste Mei 1812 en den naamgenoot wierd van mijnen Vader,uit hoofde dat hij destijds aan een bedenkelijke ziekte krank lag, in bet hospitaal te Maagdenburg,en wel de oorzaak geweest is,dat hij niet verder opgetrokken is,nog in meer moeilijkheden zich gewikkeld zag.
Mijn ouders tot de Herv.Godsdienst behorende,zoo wierd ik door mij n Grootvader Enne Foekes van der Wal opgedragen a-an den Drieemigen en Volzalige verbonden God in den Heiligen Waterdoop,en mocht zoo met de besprenging des waters door de hand d&s dienaars (den Wel. Eerwaarden en Zaligen Heer Ds.C.van der Velde) het teken en zegel van It Verbond der genade,aan mijn voorhoofd ontvangen.
Maar de blijdschap welke mijn geboorte verwekt had,wierdt spoedig achtervolgt, met eene langdurige sukkeling van eenige maanden,die mij en mijne moeder bezocht,maar door de hand der Voorzienigheid terug gebragt zijnde,van de rand des grafs zelfs,boven de verwachting van de geneesheren mogte mijn Vader ons en mij voor het eerst op den 8ste Maart 1814 weder in welstand na een afzijn van derde half jaar,elkander aanschouwen.
Mijn ouders hunne woonplaats hier te Heeg nemende wierd ik ter schole besteld,en was voordelig in It leven. 
