Lieve Lucy, Hiljon, Jan & Simon, Geliefde familieleden, Geachte aanwezigen,
We weten allemaal dat de mens sterfelijk is. We weten ook dat we zelf op een dag zullen sterven. Maar wanneer onze innig geliefde, onze vader, onze zoon, onze broer, of onze beste vriend of collega sterft, dan treft ons dat als een dolkstoot in het hart. Dan is de onherroepelijkheid van de dood ineens heel tastbaar geworden.
Het overlijden van Jan heeft ons in diepe rouw gedompeld en heeft ons in de afgelopen dagen geconfronteerd met de vraag: Welke plaats had Jan in ons leven en wat betekent zijn dood voor ons. Een ieder van ons heeft natuurlijk een verschillend beeld van Jan. Voor Lucy en de kinderen zal dat beeld sterk emotioneel zijn bepaald, intiem ook en gedragen door een intens beleefd gezinsleven.Voor heit en mem is Jan’s dood ook een dramatisch gebeuren. Kinderen behoren immers niet eerder dan sterven dan hun ouders. Voor ons als broers en zusters is Jan’s dood een schokkend feit. Hij was immers één onzer.
Jan Hendrik Wiersma werd geboren op 30 januari 1946 in Assen, als tweede zoon uit het huwelijk van Siemen Wiersma en Jantje van Randen. Jan was, zoals dat heet, een bevrijdingskindje; hij symboliseerde met zijn mede-nieuwe wereldburgers van die tijd, de hoop op een nieuwe toekomst na een wereldoorlog, die immense materiele en morele schade had toegebracht aan Nederland zelf en aan Europa als geheel. De kleine Jan, genoemd naar zijn grootvader van moeders kant, groeide voorspoedig op en zal ongetwijfeld net zo verwend zijn als zijn oudere broertje door de grootouders Van Randen die vlak bijwoonden.
Vader Siem wilde na het eind der oorlog een nieuwe start maken en vertrok met zijn gezin naar Arum, om daar te beginnen als onderwijzer aan de lagere school met den bijbel. Op de eerste foto in mijn fotoalbum staat het gezin Wiersma-Van Randen, ondertussen uitgebreid met broertje Sietse Bouwe die op 5 september 1948 was geboren. Jan staat op die foto hand in hand met zijn moeder en kijkt ontspannen en vol vertrouwen de wereld in. Sietse zit hand in hand met z’n vader kijkt wat gelaten terwijl ik, midden achter staand er wat gespannen uit zie. De onverwachte dood - van onze moeder Jantje van Randen in november 1949, -vlak na opname van het familieportret-, maakte een wreed einde aan het, zo te zien, gelukkig gezinsleven. Moeilijke tijden volgden voor Jan en zijn broertjes. In die moeilijkste periode van hun leven waren bezoekjes aan de grootouders, Opa en Opoe in Assen, maar ook Pake en Beppe in Hindeloopen een lichtend feest in een donkere wereld. Daar werden de jongens niet alleen verwend-Opoe was daarbij kampioen- maar werd ook het spoor terug in de geschiedenis gevolgd en verteld over het leven van hun moeder. Voor die liefde en zorg zijn wij onze grootouders veel dank verschuldigd.
Siemen hertrouwde in 1951 met Aukje Brik en trok met haar en de kinderen een carrièrespoor door onderwijzend Nederland. Via Leek, Waskemeer en Leeuwarden werd Drachten aangedaan. Daar werd Siemen leraar aan de Christelijke Kweekschool, zoals dat toen heette, en het was daar in Drachten, omstreeks 1965, dat Jan de liefde van zijn leven leerde kennen. Lucy Nicolai was haar naam.
Lucy kwam uit een warm en groot gezin: 6 broers en 1 zus, waar graag gezongen werd. Zo herinner ik mij nog goed een uitvoering van het broedermannenkoor op het 25-jarig huwelijksfeest van Jan en Lucy.
Jan was na het behalen van het ulo-diploma gaan varen en wilde stuurman worden. Toen er geen opleidingsplaatsen voor stuurman beschikbaar waren, ging hij naar de zeevaartschool in Groningen om voor scheepswerktuigkundige opgeleid te worden. Van zeevaart is niet veel meer gekomen. Na nog twee reizen had Jan er genoeg van en bleef aan wal, voornamelijk vanwege Lucy. Na zijn dienstijd trad Jan in 1967 in dienst bij de RuG eerst als laborant en later als natuurkundig assistent in de groep van prof. Jellinek. Jan heeft daar een goed tijd gehad met Chris van Bruggen en Gerrit Wiegers als zijn directe bazen. Uit de bewaard gebleven correspondentie blijkt dat Jan een zeer gewaardeerd medewerker was. Uit een personeelsbeoordeling van die tijd citeer ik het volgende: "zeer goede kennis, welke op vaardige wijze wordt toegepast; grote hulpvaardigheid; voldoet in ieder opzicht aan de zeer hog eisen van nauwkeurigheid; geeft blijk van een duidelijke positieve belangstelling." Ook lezen we in die correspondentie dat Jan op 6 augustus 1969 in het huwelijk trad met Lucy Nicolai. Toch miste Jan iets in zijn baan en besloot in 1974 over te stappen naar het Onderwijs, als leraar wiskunde en natuurkunde. Christelijk Onderwijs bleek zijn roeping en dat werk - voor lange tijd bij het Gomarus College- heeft hij met volle inzet gedaan totdat hij in augustus 1996 ernstig ziek werd.
Jan en Lucy waren een erg gelukkig stel, maar wilden ook graag kinderen. Toen dat niet langs de natuurlijk weg mogelijk bleek, kozen ze doelbewust voor adoptie. Ik herinner me nog erg goed hoe blij Jan en Lucy waren toen ze hoorden dat er kindje voor hen onderweg was vanuit Korea. Toen Hiljon in 1974 in Nederland arriveerde bleek ze echter zwaar ondervoed en moest onmiddellijk in het ziekenhuis worden opgenomen. Dankzij de vasthoudendheid van een hoofdzuster liep uiteindelijk alles goed af. Simon was in veel betere conditie toen hij 3 jaar later vanuit Korea in Nederland aankwam. Jan en Lucy waren dolblij met hun kinderen en voeden hen op in de vreze des Heren zoals dat heet en in het Fries. Ik herinner me nog heel goed dat Hiljon en Simon de enige kleinkinderen waren die Fries spraken met Pake en Beppe en dat was eigenlijk wel komisch. Voor iedereen was ondertussen duidelijk dat Jan en Lucy en de kinderen een hecht en gelukkig gezin vormden.
Jan was dan wel landrot geworden, maar zijn liefde voor het water bleef. Zo bouwde hij zo’n 20 jaar geleden over een periode van 4 jaar zelf een zeilboot- een waarschip-. Simon herinnert zich die periode nog wel. Bij de tewaterlating zag het schip er piekfijn uit, zoals Jan alles heel goed afwerkte. Zeilen met de familie werd een geliefde hobby. Toen het gezin opgroeide en de boot een beetje te krap werd en een beginkapitaaltje voor een eigen huis nodig was werd de boot verkocht. Het zal Jan zeker aan het hart zijn gegaan. Hij droomde er van om later nog eens een grotere boot te bouwen. Dat is er nooit meer van gekomen. Gelukkig heeft Jan de laatste jaren erg genoten van Otto’s boot. Tochtjes met Heit en Otto op het IJsselmeer, dat vond hij geweldig. Ook werkte hij tot aan het einde graag aan de boot van Otto. Hun dertigjarig huwelijk vierden ze dan ook in Otto’s boot, die toen in Staveren lag afgemeerd. Tijdens dat verblijf deed hij ook de laatste klusjes aan de boot. Net alsof hij voelde dat dit zijn laatste kans was om iets af te maken waar hij trots op was. Uit Otto’s prachtige afscheidsgedicht "Jan" blijkt, dat hij Jan enorm gewaardeerd heeft als bootgenoot en broer.
Van de laatste jaren bewaren Sietse en ik kostbare herinneringen aan een weekend zeilen met Jan op een 9-meter jacht. Op onze tocht bezochten we ook Hindeloopen en het Kommandeurs huisje van onze grootouders. Herinneringen aan die tijd kwamen weer boven. Jan moest eigenlijk alles doen bij’t zeilen, want van zeilen hebben Sietse en ik weinig kaas gegeten. Sietse en ik koesteren ook onze herinneringen aan de zogenaamde broertjesdagen: een tochtje naar Schiermonnikoog en een ritje door Friesland. Ook gingen wij gezamenlijk een paar keer naar het graf van onze moeder in Arum om daar bloemen te leggen. Afgelopen november , toen het 50 jaar geleden was dat onze moeder overleden was, kon Jan helaas niet meer mee. Twee jaar geleden zij we met z’n drieën op uitnodiging van heit nog een dag naar Kornwerderzand geweest. Het was prachtig weer, strak blauwe lucht en het leek of alles weer normaal was. Jan liep kwiek en ogenschijnlijk fit rond. Na een rondleiding door de kazematten olv heit hebben we samen op een terrasje gezeten aan het IJsselmeer. Een dag die in onze herinneringen staat gegrifd.
Jan was een bescheiden en haast anti-materialistisch mens. Bescheiden in de omgang maar uitbundig in hulpverlening naar anderen. Jan was ook geweldig handig. Als er dus klusjes te doen waren in de Wiersma familie was Jan een graag geziene gast en daarbij kwam dat Jan ook altijd bereid was te helpen. Wel moest je goed oppassen dat Jan er zelf geen geld bij inschoot. Zo herinner ik mij dat Jan en Lucy tijdens één van onze vakanties op ons huis pasten en naar bleek bij onze thuiskomst, fiks aan het verven waren geslagen. Ik vond dat natuurlijk wel erg fijn maar ook wel een tikkeltje gênant. Als dank maakte ik een som gelds naar Jan over, maar zag per kerende post meer dan de helft teruggestort op mijn rekening. Via slinkse wegen ben ik er later wel in geslaagd de rekening zo ongeveer te vereffenen, maar gemakkelijk was dat niet. Geld zei hem niets, het ging hem om andere zaken.
Jan was een vredestichter. Van de drie zonen uit het eerste huwelijk was hij de middelste, in het grote gezin met de kinderen van Siem en Aukje werd hij de middelaar. Hij wilde van geen schisma weten en probeerde samen met Lucy al het mogelijke te doen om de onderlinge relaties in de familie in stand te houden en zo mogelijk te verbeteren. Jan en Lucy waren echte familiemensen, meelevend en belangstellend voor ieder’s wel en wee.
Jan’s ziekte die zich voor het eerst in de zomer van 1996 openbaarde, kwam voor iedereen als een donderslag bij heldere hemel. Een zgn CAT-scan liet zien dat er in de hersenen sprake was van een ruimte-innemend proces, zoals de neuroloog dat eufemistisch uitdrukte. Een dramatische periode brak aan. Eerst was er wel en toen was er geen operatie mogelijk en werd Jan naar huis gestuurd om te sterven. Toen dat niet gebeurde, maar hij met de dag opknapte en steeds beter begon te spreken werd hij in het Academisch Ziekenhuis alsnog geopereerd, met een opmerkelijk positief resultaat. Jan begon zich na een paar maanden steeds beter te voelen en kreeg weer een beetje plezier in het leven. Niet dat Jan weer de oude was, maar hij wàs er weer en ook heel herkenbaar. Die periode tussen de operaties was, achteraf gezien, ook een heel belangrijke periode in Jan’s leven, mede vanwege de kleinkinderen Gerwin en Lusanne. Ik weet dat Jan ontzettend blij is geweest dat hij die kinderen nog heeft kunnen meemaken. Dat was bij zijn verdriet een grote troost voor hem. Tot het laatst toe mocht hij ook ontzettend graag naar Hiljon en Jan gaan om met Lucy op de beide pake- en beppesizzers te passen.
Jan heeft zijn ziekte heel moedig gedragen. Naast zijn rotsvast vertrouwen op God was daarbij de steun van zijn gezin, Lucy, Simon, Hiljon en Jan Baron van het allergrootste belang. Iedereen die van nabij Jan’s ziektegeschiedenis heeft meegemaakt kan niet anders dan de grootste bewondering hebben voor datgene wat Lucy voor Jan heeft gedaan. Als broer dank ik haar daarvoor vanuit het diepste van mijn hart. Maar ook Hiljon, Jan Baron en Simon hebben Jan met de grootste liefde omgeven op Jan’s laatste en toch ook vaak eenzame pad naar de dood. Jan had absoluut vertrouwen in Lucy en de kinderen dat zij hem tot het einde zo goed mogelijk zouden verzorgen. Dat gaf hem rust in zijn ziel.
Vanaf het begin van Jan’s ziekte heeft Lucy zich totaal ingezet voor Jan. Jan was haar alles. Zo’n houding is alleen mogelijk vanuit een positie van onvoorwaardelijke liefde, van trouw tot aan de dood. Bij de voortgang van de ziekte begon ze steeds meer als Jan’s woordvoerder op te treden. Toen Jan niet langer kon praten, las Lucy Jan’s gedachten en sprak voor hem tot ons. Bij de recente herlezing van Hemmingway’s roman over de Spaanse burgeroorlog’ "For whom the bell tolls" moest ik bij het lezen van het afscheid van twee geliefden steeds aan Lucy denken. Robert Jordan is dodelijk gewond geraakt bij het opblazen van een strategisch belangrijke brug en probeert zijn geliefde er van te overtuigen dat zij moet vluchten. Hij zegt tegen haar dat als zìj gaat, zij als het ware samen gaan. "Waar jij ook heen gaat ik zal altijd met je mee gaan". "Jij moet gaan voor ons beiden" Aan het eind zegt hij: "Sta op: Jij bent nu ook mij. Jij bent alles wat er van mij zal zijn. Sta op. Ga nu: ik neem geen afscheid, liefste, want onze wegen scheiden niet. Ga nu".
Zo nemen wij vandaag afscheid van Jan als wij hem zo dadelijk gaan begraven. Wij leggen hem hier ter ruste, maar Jan gaat ook met ons mee, waar we ook heen gaan. Hij is blijvend verankerd in ons hart. Want sterk als de dood is de liefde.