Tijdsduur-perceptie

De tijdsduur-perceptie van een uur met kiespijn verschilt met die van een uur zonder kiespijn. De tijdsduur-perceptie van een dag zonnen aan het strand verschilt met die van het in een dag bezien van het middeleeuwse centrum van Sarlat, het kasteel van Fénelon en prehistorische tekeningen in de grotten van Cougnac. Samson (1991) verklaart dit vanuit het verschil in informatie-inhoud. Hij zet de kloktijd van een situatie met hoge informatie-dichtheid af tegen onze ervaring van een kortere tijdsduur wanneer we ons in deze situatie bevinden, terwijl we ons dezelfde situatie achteraf juist herinneren als langdurig. Omgekeerd ervaren we een situatie met lage informatie-dichtheid op het moment zelf als langdurig (Langweile), en achteraf als kort.

De informatie-inhoud wordt door Samson in de lijn van C.F. von Weizsäcker (1985) getypeerd als een combinatie van Bestaand en Nieuw (verleden en toekomst, feiten en mogelijkheden, Past en Future). Het onderstaande model van een tijdsduur-perceptie-parallax brengt deze relaties in beeld:

Een situatie S wordt (achteraf) gekenmerkt door:

1 de variabele referentie-punten Rp (Reference past) en Rf (Reference future) die de mate van bevestigde feiten ('facts') enerzijds en gerealiseerde nieuwe mogelijkheden ('futures') anderzijds aangeven.

2 de pragmatische informatie-inhoud van de situatie: E + N (Existing facts + New possibilities)

3 de tijdsduur van de situatie, gemeten als kloktijd: tdc

4 de eigen tijdsduur-perceptie van de situatie tdpo (korter dan de kloktijd naarmate de informatie-inhoud hoger is)

5 de achteraf herinnerde tijdsduur van de situatie tdpr (langer dan de kloktijd naarmate de informatie-inhoud hoger is).


2012 toevoeging
De relatie tussen informatie-inhoud, tijdsduur en tijdsduurperceptie is weer te geven met getallen, in een grafiek en in een functie. Voor het bepalen van die getallen, zo'n grafiek en de bijpassende functie moet je een paar knopen doorhakken. Bijvoorbeeld door (arbitrair) grenzen te stellen aan de maximale rek en krimp in de tijdsduur zoals die wordt waargenomen. Voor de onderstaande representaties stel ik die grenzen op maximaal een verdubbeling en minimaal een halvering van de kloktijd, dus 2<=(P+F)<=4. Daarbij ga ik er van uit dat de kloktijd gelijk blijft aan de tijdsduurperceptie wanneer een toename in informatie-inhoud van 'facts' samengaat met een evenredige afname van informatie-inhoud van 'futures' zodanig dat P+F=2.
Dat levert een tabel op met een paar samenhangende waarden voor Rp en Rf.
De getallen staan voor de verhouding tussen 'facts' en 'futures'bij tdc=tdpo=tdpr) waar tdc=1 en de afstand tussen de evenwijdige lijnen =2.

x2 1.5 1 0.75 0.67
f(x)0.67 0.75 1 1.5 2

De simpele rationale functie f(x)=1/x benadert deze punten aardig, in ieder geval voldoende om er nog wat waarden bij te kunnen plotten en te delibereren over de betekenis van wat hier grafisch wordt weergegeven:



De groene punten representeren de getallen uit het eerder gegeven tabelletje: ze verbinden de waarden van Rp en Rf waarvoor de tijdsduurperceptie gelijk is aan de kloktijd.
De blauwe lijn is de lijn van de functie f(x)=1/x die deze groene punten benadert. Er is vast wel een functie te geven die er ingewikkelder uitziet, maar dat levert in deze context geen meerwaarde op.
De rode punten representeren een hogere totale informatie-inhoud van facts & futures: de in de situatie zelf waargenomen tijdsduur wordt verkort ('de tijd vliegt') en achteraf wordt wordt het tijdvak herinnerd als langer dan de kloktijd vanwege de vele gebeurtenissen in het betreffende tijdvak.
De blauwe punten representeren een lagere totale informatie-inhoud van facts & futures: de in de situatie zelf waargenomen tijdsduur wordt verlengd ('de tijd kruipt') en achteraf wordt het tijdvak herinnerd als korter dan de kloktijd vanwege de weinige gebeurtenissen in het betreffende tijdvak.

Het voorgaande is slechts een approximatief opzetje. Voor concreet onderzoek moeten nog allerlei vragen beantwoord worden, zoals bv hoe je informatie-inhoud kunt operationaliseren en hoe je het kunt meten. Daarna zijn er veel interessante richtingen in te slaan: bv hoe verhouden 'facts' en 'futures' in kenmerkende situaties zich bij verschillende groepen, welke condities bevorderen (grote) afwijkingen van tdc=tdpo=tdpr, zijn deze afwijkingen uitzonderlijk of horen ze bij de dagelijkse patronen, maakt het verschil of de grotere informatie-inhoud door positief of negatief ervaren facts & futures wordt bepaald, wat zijn de (gezondheids-)effecten van bepaalde maten van afwijkingen etc.
Bij een uitwerking daarvan is het zinvol om de representaties aan te scherpen, bv door preciezer de gebieden voor de verschillende Rp,Rf-verhoudingen te bepalen zodat onderzoeksresultaten daarin preciezer gelokaliseerd en vergeleken kunnen worden.

Een punt van bespreking zou ook nog het volgende kunnen zijn. Samson zet de kloktijd van een situatie met hoge informatie-dichtheid af tegen onze ervaring van een kortere tijdsduur wanneer we ons in deze situatie bevinden, terwijl we ons dezelfde situatie achteraf juist herinneren als langdurig. De vraag is of het bij 'in de situatie' en 'achteraf' wel om vergelijkbare tijdsduurpercepties gaat. Achteraf kijk je terug op een tijdvak, lopend van t1..t2 in het verleden, om na te gaan of je je dat herinnert als langer/korter dan de ermee samenhangende kloktijd. In de situatie zelf is het de vraag wat precies getypeerd wordt met uidrukkingen als 'de tijd vliegt' of 'de tijd kruipt': het tijdvak, lopend van t1..nu, of de actueel ervaren 'snelheid' van 'nu', of beide, of ...?

Ook is het de vraag wat de ontologische status van 'facts' en 'futures' is, wat afhangt van de gekozen ontologische positie (presentisme, possibilisme of eternalisme). In een meer strikte vorm van presentisme zijn 'facts' en 'futures' niet 'real', maar is het zich ontwikkelende 'nu' op te vatten als een compositie van 'traces of past eventities', 'continuing eventities' en 'anticipations of future eventities'.

vv 2003 schets
Door de tijdsduur-perceptie te verbinden met de inhoud van zowel verwerkte als voortgebrachte informatie, wil Samson een subjectivistische interpretatie van de tijdsduur-perceptie vermijden (bv vs E.Pöppel, 1989). Samsonís benadering is interessant als poging om de plasticiteit van zowel de tijdsduur (als verandering in informatie-inhoud) als de tijdsduur-perceptie (als waarneming van de verandering in informatie-inhoud) in beeld te brengen. Of (zoals Samson voorstelt) ook de kwaliteit van situaties (sc de kwaliteit van leven) is geïndiceerd door tdpo< tdc en/of door hoge informatie-inhouden, lijkt me twijfelachtig, gezien bv de tijdsduur-perceptie bij loos tijdverdrijf.

Een vergelijkbaar verschil in klok-tijdsduur en tijdsduur-beleving speelt een rol bij de beleving van de tijds-afstand tot gebeurtenissen. Als een jaar na een indrukwekkende ramp (bv het instorten van de Twin Towers in New York) deze gebeurtenis weer in het nieuws komt, ligt deze gebeurtenis voor ons gevoel veel minder ver in het verleden dan minder indrukwekkende gebeurtenissen die zich rond die tijd ook voordeden.

Overzicht van tijds-concepten waarmee de verschillen tussen chronotopologie, chronometrie en tijdsperceptie uitgedrukt en verder uitgewerkt kunnen worden.

-td time-duration (tijdsduur)

-ti time-distance (tijdsafstand)

-to time-order (tijdsorde)

-ta time-arrow (tijdsrichting)

-tri time-reversal-invariance (TRI, onbepaaldheid van tijdsrichting)

-tda actual time-duration (actuele tijdsduur)

-tdf factual time-duration (factuele tijdsduur, bv levensduur)

-tdp time-duration-perception (tijdsduur-perceptie)

-tip time-distance-perception (tijdsafstand-perceptie)

-top time-order-perception (tijdsorde perceptie)

-tdc clock time-duration (klok tijdsduur)

-tdpo own time-duration-perception (eigen tijdsduur-perceptie van een situatie)

-tdpr remembered time-duration-perception (achteraf herinnerde tijdsduur-perceptie)

-tdi time-duration-index (tijdsduur index)