Eekhoff, W. Friesland 1813, Leeuwarden 1863 bldz.123-126

 

Eenge bizonderheden omtrent de lotgevallen

der Friesche Gardes dhonneur.

l. Eenige dagen vóór het eerste detachement uit Leeuwarden vertrok, werden alle leden bij de Prefekt Verstolk te dineeren gevraagd. Opmerkelijk was het. dat op dit diner geen toast werd ingesteld op den Keizer, en veronderstelde men, dat de gastheer te weten was gekomen, dat velen geweigerd zouden hebben daaraan deel te nemen.

2. Bij het vertrek uit Leeuwarden, zonder eenig geleide van Fransche krijgsmagt, gaf de Generaal Destabenrath (een Pool van afkomst, eeu schoon en welsprekend man) het ledetachement gedurende verscheidene dagen een oud gediende, een zeer bekwaam marechaussée, mede, ten einde hun eenige hoognoodige voorschriften te geven, zoo omtrent de behandeling van de paarden, als het marcheeren, nachtverblijf enz., hetgeen hun ( echte recruten als we waren", zegt een deelgenoot van den togt), voor wie de dienst zoo ongewoon was, zeer te stade kwam. - Te Arnhem werden meest allen bij den Prefekt, den vroegeren Landdrost van Friesland R. L. van .Andringa de Kempenaer, te dineeren gevraagd.

3. De eigenlijke marschroute, waarin eene verandering werd gemaakt, is geweest: 12Julij Heerenveen, 13 Steemvijk,~ Zwartsluis, 15 Zwolle, 16 rustdag.

17 Apeldoorn, 18 Arnhem, 19 Nijmegen. 20 Grave, 21 rustdag.

22 's Hertogenbosch, 23 Tilburg, 24 Hoogstraten, 25 Antwer-

pen, 26 rustdag.

27 Mechelen, 28 Brussel, 29 Braine le comte, 30 Mons, 31

rustdag.

1 Augustus Valencienues, 2 Cambray, 3 Peroune, 4 Roye, 5

rustdag.

6 Gournay, 7 Senlis. 8 Louvres, 9 St. Denis, van waar sommigen op den volgenden rustdag een uitstapje deden om Parijs te bezien.

11 Versailles, 12 Rambonillet, 13 Chartes aan de Eure, 14 en

15 rnstdagen.

16 Bonneval aan de Loire, 17 Chateandun, 18 Vendôme. 19

Chateau Regnault en 20 Aug. Tours.

4. Te Tours werd het le detachement ingedeeld bij verscheidene eskadrons van het 3e regiment. dat 2500 man sterk en gekazerneerd was in de vroegere abtdij Marmontier. op een half uur afstands aan de schoone oevers der Loire gelegen. Het regiment, waarin Friezen, Groningers, Overijsselaren en Oost-Friezen zich broederlijk vereenigden met Franschen en Italianen uit de departementen der' Pyreneën, Vendée, .Apennijnen enz. (.), had het geluk in den Generaal Graaf de Ségur (schrijver van het bekende 'werk: Napoleon en het groote leger) als Kolonel en Kommandant een man te bezitten, die door strenge regtvaardigheid, voorbeeldige activiteit, deelnemende belangstelling en stipte dienstvervulling, welke hij van allen, zonder onderscheid, eischte, aller eerbied in hooge mate mogt venverven. Na eene gezette oefening van zes weken in exercitiën en manoeuvres vertrok het 6e eskadron den 18 Sept. naar het leger. De marschroute liep over Amboise,OrIeans, Troyes, Toul, Metz en Saarbruck naar Mentz. waar het den 20 Oct. aankwam. Na een kort verblijf in deze met troepen opgevulde vesting bezette het met andere eskadrons kavalerie 'Verschillende dorpen aan gene zijde van den Rijn, kwam kort daarna in Mentz terug en betrok toen de kantonnementen tusschen deze stad en Straatsburg. om met de overige gardes d'honneur de voorposten der Rijnoevers te bezetten en deze tegen het indringen van den allengs naderenden, en zoo zeer gehoopten, vijand te beschermen. Toen, het was in 't laatst van November, kon toch de nederlaag des Keizers niet meer verholen worden; doch de hoop op de komst van de troepen der verbonden mogendheden werd spoedig verijdeld door het berigt, dat de Nederlandsche gardes d'honneur ontwapend en als staatsgevangenen naar het binnenste van Frankrijk

gevoerd zouden ,vorden. In dien toestand nam een zevental hunner (v. Hylckama, Nauta, Buma, WenthoIt, Gorter, de Roock en Nyland uit Overijssel) het besluit, om het leven voor de nijheid te wagen. Zeer ge-

yaarIijk was de togt, toen zij in den nacht van den 27 Nov. bij het dorp Rielsbeim in alle stilte met een lekke boot den Rijn overstaken. Gelukkig bereikten zij de overzijde en weldra de voorposten van het korps van den generaal Sacken, door welke ze uitnemend ontvangen, ingekwartierd en voorzien werden van een feuille de route naar het vaderland, dat-zij vernamen het te Frankfort met vreugde! -_ intusschen zijne kliisters had afgeschud en hen, als verloren geaohte zonen, half Dec. juichend ontving.

5. Vijf andere Gardes d'honneur (van Knijff, Stinstra, Palsma, Eizinga en Helmig uit Zwol) beproefden reeds vroeger zulk een waagstuk, met even gelukkig gevolg. Nadat zij den 15 Nov. in het bivouac bij Mentz 36 uren lang op wacht hadden gestaan, moedigde het gerucht der nederlagen des Keizers hen aan om te ontvlugten. Daartoe kochten zij voor grof geld een smokkelaar om, die hen, met achterlating van wapens en bagage, des nachts in een bootje over den Rijn zette, in groote vrees, dat zij ontdekt zouden worden door de schildwachten, die aan de overzijde op den dijk elkander steeds het qui vive! toeriepen. Evenwel landden zij behouden, hielden zich eenigen tijd schuil, trokken toen landwaarts in, ontmoetten 'Vele wagens mei gewonden, tot dat zij eindelijk KasseI bereikten, waar zij door het leger der verbondene mogendheden krijgsgevangen genomen en naar Frankfort gezonden werden. Hier voor Nederlanders erkend, bekwamen ze verlof naar hun vaderland terug te keeren. Deze terugtogt was evenwel zeer gevaarlijk, dewijl de voornaamste steden aan den Rijn nog in de magt der Fransehen waren. Zij kwamen echter den 15 December gelukkig in Friesland terug.

6. Nadat het regiment naar de armee vertrok, hadden de manschappen zeer veel te lijden van strenge vorst en alles doordringende koude, ten gevolge waarvan vele hunner paarden omkwamen, zij zelve vermagerden en als geraamten rondwaarden. Een deel hunner werd, na de retraite van Leipzig en de desertie van nagenoeg de helft, door het Fransche bewind gezonden naar Landau, waar zij van paarden, mantels en wapens beroofd en staatsgevangen verklaard werden, waarna men hen over Luneville door slijk, sneeuwen hagel, geleid door kurassiers, naar Bourges voerde, waar ze 4 à 5 maanden gevangen gehouden werden. Op die vermoeijende reis werden ze niet ingekwartierd, maa 's nachts gehuisvest in gevangenissen en op torens, in gezelschap met dieven en moordenaars. waarbij zij ontzettend moesten lijden. Eindelijk kregen ze vedof om over Parijs en Reims door België terug te keereu.

Eenigen bezweken op dien zwaren togt, door koorts overvallen, of bleven achter in het groot hospitaal te Metz, waar ze in den langen en strengen winter door slechte oppassing veel hadden te verduren en zelfs ten deele bevroren werden. Vier maanden ver toefden zij in die streng geblokkeerde stad, en kwamen over Luxemburg en Luik in het vaderland terug.

Anderen, die te Tours gebleven waren, werden daar den 10 Dec., 18 in getal, voor staatsgevangen verklaard en tot 1 Jan. in een tuchthuis geborgen. Onder zeer veel lijden, ten gevolge van slechte kwartieren. van koude, gebrek aan voedsel, morsigheid, kwalen en ongedierte, werden ze nu naar Roanue en vervolgens naar Bourges gevoerd, waar zij ontslagen werden, om naar het vaderland terug le keeren, waarna vier hunner eerst den 10 Mei le Leeuwarden aankwamen

(*) Die van het 7e eskadron hadden toen " een best kameraad" in den Markies Di Gavalegtte, - thans de heilige vader Paus PlUS de negende. Wat kunnen tijden en personen in 50 jaren verauderen!

 

Eekhoff, W. Friesland 1813, Leeuwarden 1863 bldz.123-126