
1911 handschrift van Douwe Alles
Hij was linkshandig, maar werd op de lagere school gedwongen
rechtshandig te schrijven, wat hem zijn hele leven heeft gehinderd
bij het schrijven.

1914 foto afzwaaien militaire dienst Douwe Alles Wiersma (1892-1958)

verlovingsfoto
Douwe Alles Wiersma (1892-1958) en Grietje Siemens van der Wal (1894-1986)

trouwkaart
Douwe Alles Wiersma (1892-1958) en Grietje Siemens van der Wal (1894-1986)

trouwfoto
Douwe Alles Wiersma (1892-1958) en Grietje Siemens van der Wal (1894-1986)

1917 Douwe Alles Wiersma (1892-1958) en Grietje Siemens van der Wal (1894-1986)
met zoon Siemen (1917)

Douwe Alles Wiersma (1892-1958) en Siemen (1917)

vlnr Siemen, Gooitzen (Koos), Alle

Douwe Alles Wiersma (1892-1958) werkte vanaf ongeveer 1921 tot 1926 bij Hantje Hannema
(de tweede echtgenoot van zijn schoonmoeder Aaltje Algera (1870-1956))
op diens boerderij te Nijland, voordat hij zelfstandig boer werd in 't Heidenskip.
Douwe en Hantje waren (heel) verre neven: ze hebben in Hantje Fedses Hannema en Attje
Keimpes Velzen(gehuwd 5 - 10- 1806) hun gezamenlijke voorouders (zie de genealogie van
Haantje Heeres - bij hun kinderen Geertje en Klaas) (info 2006 met dank aan Siemen
Osinga)
Dankzij een erfenis van pake Douwe Jorrit Jorritsma (1838-1923)
kon Douwe in 1926 voor zichzelf beginnen in het Heidenskip.
Hij tekende voor een te hoge prijs in op een 'spul' aan het Hofmeer
dat verbonden is aan de Fluessen en het gezin vertrok vanaf Bolsward per boot
met hun hele hebben en houden inclusief een paar koeien naar het Heidenskip.
De wilde Alle (1919) was voor vertrek aan het ronddollen op paar pakken stro
aan de kant van het water en presteerde het om tussen wal en schip te
duiken waar hij door een bemanningslid met de pikhaak weer uit het water
gevist werd. Zijn andere kleren waren natuurlijk al degelijk ingepakt, dus Alle
werd met behulp van de buren in een bij elkaar geraapte verzameling droge kleren
gestoken en de boot kon op weg.
Bij de boerderij hoorde zo'n 5 hektare land, zodat Douwe 7 koeien en wat kleinvee
kon houden. Het gras was blijkbaar niet zo best, want kalveren en geiten gingen er
nogals eens aan dood.
boerderij aan het Hofmeer / de Fluessen


Naast het runnen van het boerenbedrijf was het ook Douwe's taak om de
uitwateringsmolen en een draaibrug over de sloot van het Hofmeer
naar de Fluessen te bedienen.
De buren aan het Hofmeer waren Doekele Gerritsen (waar zoon Siemen het melken
leerde bij licht te melken koeien) en de Roomse boer Brandsema
In 1929 zagen ze een bolbliksem inslaan in een boerderij (van Bokke Haanstra
in de richting van Gaastmeer), die tot de grond toe afbrandde.
Mee door de crisistijd heeft Douwe aan het Hofmeer maar kort geboerd
(een heel goed "nuchter kalf" ging weg voor slechts een rijksdaalder).
Gerrit Twijnstra laat in 2005 weten dat er een eindje verderop
een identieke boerderij stond. Daar woonde één van de mede-eigenaren
van de door Douwe gehuurde boerderij: Uiltje Haagsma, die destijds met
zijn broer Bouke (of Johan?) Haagsma in Bolsward de huur kwam beklinken.
De boerderij van de Haagsma's is tgv hooibroei in 1944 afgebrand
en niet herbouwd. De boerderij waar Douwe en Grietje woonden, werd toen
al een tijd niet meer gebruikt voor 'it buorkjen', maar kreeg na de brand
haar functie weer terug. In de 70er jaren van de 20e eeuw werd de boerderij
eigendom van Frits Fentener van Vlissingen die de boerderij heeft laten restaureren
en er een paar appartementen in dezelfde stijl achter heeft laten bouwen.
In maart 2006 overleed deze topman van het Nederlandse bedrijfsleven tijdens
een vakantie op dit 'buitenverblijf' in het Heidenskip.
Het is wel bijzonder dat een van de rijkste mensen van Nederland zo graag verbleef
in het voormalige huis van een van de armste mensen van Nederland. De omgeving
daar midden in land en water was in zijn ogen blijkbaar een van de mooiste van Nederland
en daar zullen Douwe en Grietje en hun kinderen zich ook rijk mee gevoeld hebben.
|
Hofmarpleats fan pake Douwe sa skoot it Waarskip fan de Fluezen troch brûzjende weagen lâns rûzjend reid en beaken de Hofmar op dêr't it wetter net op djipte en it lân noch minder op hichte is it Heidenskip dit mar al te faak fersûpte gea dit út'e see eaze wetterlân fan polderdykjes en brechjes dêr't de swan lân en himel en gakjende guozzen de jiergetiden ferbine dêr't de ljurk de loft en de ljip de greide besjongt dit keale thús fan fisken, fûgels en fee fan geiten, skiep en kij fan man, frou en bern dêr't wankel libben al ieuwen hinget oan in tinne ûnheilstried al is dêr ek sicht op trettjin tsjerketuorren dêr wie pake Douwe boer mar yn de krisiswyn op koe hy net lavearje op de Hofmar: ho! it Waarschip stûket dêr rint op 'en nij in Wiersma yn it wetter oan de grûn |
foto troch Sybe Bakker |
1928 (?) Foto's uit de tijd in It Heidenskip
De foto's zijn hoogstwaarschijnlijk gemaakt door de familie Loeff van kasteel Oudean
te Breukelen die in de zomervakantie op een mooie boeier met schipper Spaanderman (?)
de Friese meren bezeilden en aanlegden bij It Heidenskip om melk te halen bij Douwe.
vlnr Grietje (1894-1986), Dieuwke (1924-1994), Gooitzen (Koos, 1922-1996) en Douwe (1892-1958)


achter vlnr schoonzus Jantje (1902-1997) , Grietje (1894-1986),
parlevinker Bernardus Tjerkstra (bracht o.m. petroleum), Douwe (1892-1958)
voor vlnr Gooitzen (Koos, 1922-1996) en Dieuwke (1924-1994)

vlnr Dieuwke (1924-1994), Alle (1919-1951), Gooitzen (Koos, 1922-1996) en Siemen (1917)

De vrouw die de koe probeert te melken is waarschijnlijk iemand van de familie Loeff.
Het meisje helemaal rechts op de rechter foto is Anna Hannema, dochter van Hantje Hannema
en zijn eerste vrouw Dieuwke van der Wal, een nicht van Grietje.

De jongen op het paard is ?
Daaronder vlnr ?, ?, schipper Spaanderman (?), ?, Dieuwke (1924-1994), ?, Siemen (1917),
Anna Hannema, ?, Grietje (1894-1986) en Douwe (1892-1958)
Op de voorgrond vlnr Gooitzen (Koos, 1922-1996) en Alle (1919-1951)

Hieronder weer (en nog duidelijker) het wat astmatische paard Brúne van Douwe Alles.

Siemen (1917) weet nog dat hij met de heer Loeff sprak over zijn belangstelling
voor geschiedenis. In het voorjaar zocht en vond Siemen heel wat kievitseieren en
een deel daarvan werd zorgvuldig ingepakt verstuurd naar de familie Loeff.
Tot zijn verrassing kreeg hij van de heer Loeff een aantal mooie geschiedenisboeken
teruggestuurd, waaronder Slot Loevenstein, De Schaapherder en Onze Voorouders.
Wellicht mee hierdoor geïnspireerd is Siemen later geschiedenis-docent geworden.
Het gezin moest afscheid nemen van 't zelfstandig 'buorkjen' in 't Heidenskip.

In 1931 is het gezin verhuisd naar Schuilenburg bij Hindeloopen.
Douwe huurde daar een huis met stalling voor vee en hooi en wat los land
waar hij 5 koeien en wat kleinvee kon bergen. Daarnaast werkte hij
voor de helft van de tijd als arbeider bij een andere boer.
Dat heeft hij daar 4 jaar lang gedaan: 's morgens vroeg om drie uur de eigen
koeien melken, daarna de koeien van de boer, en 's middags om drie uur
eerst weer de eigen koeien en daarna de koeien van de boer melken.
Daarvandaan verhuisde het gezin naar het Workumer Nieuwland
waar hij weer voor de helft van de tijd arbeider werd bij een andere boer.
Zijn eigen gehuurde stuk land was daar wat dichter bij huis.
Het huis aan de Oude Dijk

Na drie jaar verkocht de eigenaar met het oog op het invoeren van
de pachtwet (met bezwarende verplichtingen) 't huis waar het
gezin in woonde, zodat ze weer moesten verhuizen.
Er was in die tijd (1938) geen gelegenheid om een vergelijkbare woon-
en boerenbedrijfs-ruimte te huren, dus alles moest weg: koeien, kleinvee,
gereedschap enz.
Toen zijn Douwe en Grietje met Dieuwke en Sietse Bouwe in Hindeloopen gaan
wonen in een huis tegenover het gemeentehuis, vanwaar ze later verhuisden
naar een commandeurshuisje aan het einde van een steegje met mooi
uitzicht over de weilanden aan de rand van Hindeloopen.

Kort voordat ze naar dit commandeurshuisje verhuisden, gebeurde daar nog iets aardigs.
De aan het water grenzende buitenwand van het huis was niet al te best meer en de bejaarde
bewoonster werd daarvoor gewaarschuwd. Zij dacht: ik moet maar gauw de goeie gordijnen
weghalen, zette de keukentrap tegen de wand en voegde de daad bij het woord. Op het moment
dat ze de gordijnen aan kant had en de trap weghaalde, stortte de muur het water in.
Douwe en Grietje kwamen in 'n huisje met een mooi vers opgemetselde buitenmuur.
1941 gezin Douwe Alles Wiersma (1892-1958) en Grietje Siemens van der Wal (1894-1986)
vlnr Sietse Bouwe, Douwe Alles, Alle, Siemen, Dieuwke, Grietje, Gooitzen (Koos)

1941 vlnr Alle (1919-1951), Gooitzen (Koos, 1922-1996), Dieuwke (1924-1994), Sietse Bouwe (1932-1945) en Siemen (1917)

1956 gezin Douwe Alles Wiersma (1892-1958) en Grietje Siemens van der Wal (1894-1986)
vlnr Dieuwke, schoonzoon Chris, Koos, Siemen, schoondochter Aukje

Tot 1957 heeft Douwe als losse arbeider gewerkt in dienst van
verschillende boerenbedrijven, soms ook als 'loonarbeider' (die
per uur werd uitbetaald).
Dit heeft hij gedaan tot hij AOW kon ontvangen in 1957.
Grietje heeft hier nog gewoond tot 1969, toen ze daarvandaan naar
rusthuis Elim in Bolsward verhuisde waar ze in 1986 overleed.
Alle Wiersma (1919) was beroepsmilitair. Voor de oorlog was hij eerst bij de cavalerie,
later bij de 'huzaren motorrijders', waar hij zich bezig hield met transport.
Tijdens de oorlog was hij lange tijd ondergedoken in Limburg.
Na de oorlog ging hij weer vrijwillig in dienst en verrichtte als
korporaal ordonans-diensten. Ook trad hij wel op als chauffeur.
Een dienstrit als motor-ordonans werd hem fataal. Bij een inhaalmanoeuvre
werd hij tegelijkertijd door een auto van de Engelse ambassade ingehaald
en gesneden waardoor hij verongelukte.
Alle Wiersma (1919-1951)



Gooitzen (1922) was tijdens de oorlog ondergedoken om tewerkstelling in
Duitsland te ontlopen. Er waren geen Duitsers in Hindeloopen gestationeerd,
dus de onderduikers konden zich doorgaans vrij bewegen en moesten zich alleen
tijdig uit de voeten maken als er Duitsers vanuit Stavoren naar Hindeloopen kwamen.
In de wintertijd van 1944 was Gooitzen met zijn vriend Klaas Faber wezen schaatsen op
tamelijk dun ijs (het was lang nog niet overal vertrouwd) en terwijl zij nog wat
stonden na te praten, kwamen er twee Duiters aan met hun fietsen aan de hand.
Waarschijnlijk zou er niets gebeurd zijn als Klaas en Gooitzen waren blijven staan,
maar ze wilden er vandoor gaan wat de Duitsers wisten te voorkomen. De Duitsers namen
hun persoonsbewijzen in en de jongens mee. Onderweg wist Klaas een nauwe steeg in te
schieten en hij verstopte zich in een bedstee bij de familie Rein Blom.
De Duitsers vroegen Gooitzen waar zijn gevluchte vriend woonde en toen hij dit niet
wilde zeggen, kreeg hij van één van de Duitsers zo'n klap dat hij als het ware de
steeg werd ingeslagen. Hij vluchtte verder de steeg in waarop de Duitsers hun geweren
van de fiets haalden en hem beschoten. Hij wist echter te ontsnappen tot bij de tuin
van de pastorie, waar hij over het ijs van de Zijlroede probeerde weg te komen.
Het ijs hield hem echter niet en drijfnat werd hij door mevrouw Jansen in huis gehaald.
Gooitzen is vervolgens ondergedoken op een ander adres: bij Sjouke de Vries op de Kippenburg
in Gaasterland, waar hij met meerdere onderduikers onderdak vond. Inmiddels had Gooitzen
een vervalst persoonsbewijs gekregen. Op een nacht kwam er een huiszoeking, waarbij Gooitzen
in bed bleef liggen en net deed of hij de boerenknecht was. Helaas pakte dat niet goed uit,
want de Duitser die hem met een zaklantaarn in het gezicht scheen, herkende hem en zei:
"Wij hebben jou in Hindeloopen ook al eens te pakken genomen!". Gooitzen werd meegenomen
naar het politiebureau in Stavoren. Daar zat hij vooral geweldig in angst dat ze zijn vervalste
persoonsbewijs zouden ontdekken en hem dan zouden dwingen om te verraden hoe hij daar aan
gekomen was. Merkwaardig genoeg werd daar niet naar gevraagd.
Sinds januari 1945 was het strafkamp Lager Schwarzer Weg voor Nederlanders in gebruik genomen
in Wilhelmshafen, de belangrijkste oorlogshaven van het Derde Rijk van de nationaal-socialisten.
Gooitzen vertrok begin maart met het zevende treintransport naar Wilhelmshafen. Met zo'n 60 a 70 man
werden ze in veewagens geperst waar ze alleen konden staan in een beetje stro. Ze kregen gedurende
de reis (die door oponthoud dagenlang duurde) geen eten of drinken. Behoeften moesten ze maar laten
lopen. Op 11 maart 1945 in Wilhelmshafen aangekomen, werden ze naar het concentratiekamp gejaagd,
waarbij verschillende mannen onderweg hun klompen verloren.
Bijna alle gevangenen (in totaal hebben er zo'n duizend gezeten) kwamen uit Friesland, Groningen
en Drenthe. Na aankomst werden de gevangen van hun kostbare bezittingen ontdaan.
Ze werden ondergebracht in onverlichte en deels onverwarmde barakken waar ze met tientallen mannen in
te kleine ruimtes op 'n dunne laag stro moesten slapen. Het eten bestond 's morgens uit een hompje brood
met een beetje surrogaatkoffie en 's avonds een 3/4 liter koolsoep: voornamelijk water met een
beetje koolraap erdoor.
's Morgens en 's avonds werd uren op appèl gestaan om de gevangenen te tellen. Overdag werden de
niet al te zieke mannen buiten het kamp in groepen door werkbazen aan het werk gezet bij het ruimen
van puin (de havenstad werd voortdurende gebombardeerd door de geallieerden), het graven van sleuven,
het lossen van schepen en spoorwagons, het aanleggen van anti-tankwallen e.d.
Voortdurend was er de bedreiging door de aanhoudende bombardementen op Wilhelmshafen.
Door ondervoeding, kou, vervuiling (de luizen waren een plaag), voortdurende bedreigingen en
mishandelingen en een vrijwel afwezige medische vezorging verzwakten de mannen zeer en vele tientallen
zijn overleden, bijvoorbeeld door een niet behandelde acute blindedarmontsteking, dysenterie tgv verrot
eten, difterie, schurft en zweringen.
De 22-jarige Jan Vellinga uit Franeker werd begin april bij een vluchtpoging doodgeschoten en moest
ter plekke ongekist door medegevangen in een kuil in de grond gestopt worden.
Gooitzen overleefde de 'tewerkstelling'. De mannen werden na de bevrijding van het kamp door Canadezen
naar een repatriëringskamp in Enschede gebracht, waar duizenden Nederlanders uit Duitsland eerst naar
toegebracht werden, onder meer om te worden ontluisd. Daarna werden ze door de Canadezen naar
Leeuwarden vervoerd en daarvandaan kon ieder zijns weegs gaan. Gooitzen kwam op 24 mei 1945
weer thuis.
1926 Gooitzen (Koos) Wiersma (1922-1996) - kleuterschool Bolsward

1941 Gooitzen (Koos) Wiersma (1922-1996)
in het uniform dat hij droeg als gestichtswacht te Veenhuizen?

Trouwfoto's 30.10.1956 Gooitzen (Koos) Wiersma (1922-1996) en Mar Mussche (1928)


1967 gezin van Gooitzen (Koos) Wiersma (1922-1996) en Mar Mussche (1928)
vlnr Gooitzen (Koos) (1922), Dita (1959), Bernadette (1968), Douwe (1962), Femmie (1957), Mar (1928)

De grootouders en ouders van Mar Mussche (1928)

Trouwfoto 1948 Dieuwke Wiersma (1924-1994) en Chris Busser (1923-2004)

Foto 35-jarig huwelijksfeest Dieuwke en Chris in 1983.
Van links naar rechts, boven: Fokke, Maria, Dieuwke en Chris
onder: Douwe, Christina en Alfred.

Sietse Bouwe Wiersma (1932-1945)
overleed op de leeftijd van bijna 13 jaar aan hersenvliesontsteking.

Graf Douwe Alles Wiersma (1892-1958) en Grietje Siemens van der Wal (1894-1986)
aan de voet van de kerktoren in Hindeloopen
